• Telefoon
  • E-mail
  • WhatsApp
  • Instagram
  • Facebook
× Verzenden

Maïskuilvoer – Het draait allemaal om het zetmeel! Of toch niet?

Geschatte leestijd: 4 minuten

Geen zin om te lezen? Luister dan gewoon naar het artikel.

Maïskuilvoer is meer dan alleen een energiebron

Hoe energierijker de maïskuilvoer, hoe beter – dat hoor je in veel gesprekken. Maar bij maïs komt de energie niet alleen uit de kolf, maar ook uit de rest van de plant. Runderen zijn in staat om koolhydraten uit de verteerbare celwanden van de planten te benutten. Dat is nu juist het bijzondere aan herkauwers.

Vezels maken je dik

Zetmeel is met meer dan 95 % in principe zeer goed verteerbaar voor runderen; op dat punt verschillen de maïssoorten nauwelijks van elkaar. Als we kijken naar de totale verteerbaarheid, komt het dus aan op de vezelfracties van de rest van de plant. Hoe hoger de verteerbaarheid daarvan is, hoe positiever het effect op de voeropname, het pensmilieu en de melkvetvorming.

Hoe later de maïs

Naarmate de maïsplant verder rijpt, slaat deze resistente zetmeel op in de kolf. Uit 1 kg resistente zetmeel wordt in de dunne darm ruim 30 % meer energie in de vorm van glucose gevormd dan door de fermentatie van de lichter verteerbare zetmeel in de pens (daar ontstaat propionzuur). In maïsrijke rantsoenen is het resistente zetmeel echter niet alleen maar een voordeel. Vooral niet als er bovendien korrelmaïs in het rantsoen wordt opgenomen. Want: de dunne darm kan dagelijks slechts ongeveer 1,5 kg resistent zetmeel opnemen. De rest wordt met de uitwerpselen uitgescheiden en kan er bovendien voor zorgen dat de mest gaat schuimen.

Koe in de stal

Vaak wordt in de herfst schuimvorming waargenomen bij het voeren van verse maïskuilvoer. Naarmate de opslagduur toeneemt, neemt de stabiliteit van het zetmeel af en verdwijnt het schuim. Daardoor komt er meer zetmeel beschikbaar in de pens. LET OP: Dit kan leiden tot een daling van de pH-waarde in de pens. Silageanalyses moeten daarom niet alleen aan het begin, maar meerdere keren tijdens de voerperiode worden uitgevoerd, zodat het voer continu kan worden aangepast.

Strategisch oogsten

Als de maïsoogst voor de deur staat, zijn op veel bedrijven de analyses van het graskuilvoer al bekend. Ook de verhouding tussen gras- en maïskuilvoer in het rantsoen kan dan worden ingeschat. Afhankelijk van hoe goed de maïs is gegroeid en hoeveel keer er gras is gemaaid, zal de voeding 50:50, gras- of maïsgericht zijn. Als er veel goed verteerbaar graskuilvoer beschikbaar is met een ruwvezelgehalte van 21–24 % en ongeveer 5 % restsuiker, dan wordt de maïs voornamelijk als energiebron gebruikt.

Maaihoogte, invloed van de soort en oogsttijdstip

Door de maaihoogte te verhogen, neemt het aandeel van de energie-leverende kolven toe en daalt het ruwe-vezelgehalte. Bij rantsoenen met een zeer hoog maïsgehalte heeft het echter geen zin om te wachten op hoge zetmeelwaarden. De verteerbaarheid van de rest van de plant is in dit geval de doorslaggevende factor. Hoe later het oogstmoment, hoe slechter de verteerbaarheid van de vezelfractie. De keuze van de maïssoort speelt natuurlijk ook een rol. Uit proeven is echter gebleken dat het oogstmoment een grotere invloed heeft op de verteerbaarheid dan de soortkeuze.

Het zetmeel in de pens

Micro-eiwit is het meest waardevolle eiwit voor de koe. Als er in de pens veel energie beschikbaar is, vermenigvuldigen de micro-organismen zich en neemt het aandeel micro-eiwit dat in de dunne darm wordt opgenomen toe. Dit proces is echter kwetsbaar. Te veel licht verteerbare koolhydraten (zetmeel en suiker) leiden tot een heftige melkzuurvorming. De pens raakt verzuurd, de microben sterven af en dit leidt tot hoefproblemen.

De pens optimaliseren voor de vertering van vezels

Des te belangrijker is het om de vertering van de vezels in het voer te bevorderen. De vezelafbrekende bacteriën produceren geen melkzuur. Bovendien zijn ze afhankelijk van een evenwichtige pH-waarde. Wetenschappelijk is aangetoond dat vezelafbrekende bacteriën op de aanwezigheid van bepaalde levende gisten reageren met een verhoging van hun stofwisseling en voortplantingsactiviteit. Hetzelfde geldt voor bacteriën die melkzuur afbreken en zo de dreigende daling van de pH-waarde met daaropvolgende acidose voorkomen.

Basisvoeder efficiënt benut

Een dagelijkse toevoeging van dergelijke levende gisten leidde in voederproeven tot een met
40 % hogere verteerbaarheid van de totale vezels (NDF). Daarbij nam vooral het aandeel van de moeilijker verteerbare cellulose (ADF) aanzienlijk toe, namelijk met 77 %. Overigens: in hetzelfde onderzoek was er ook een voergroep met natriumbicarbonaat in plaats van levende gist. De verteerbaarheid van de vezels kon in deze groep echter slechts met ongeveer 30 % worden verhoogd. Levende gisten kunnen nu eenmaal meer!

vergelijkbare artikelen

jbs OP SOCIAL MEDIA

Dicht bij het dagelijkse leven in de landbouw!

Blijf op de hoogte van nieuwe producten, praktische tips en een kijkje achter de schermen bij jbs. Op onze social media-kanalen brengen we verslag uit vanuit de echte landbouw – rechtstreeks vanaf het veld, vanuit de stal en van onze klanten.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws en aanbiedingen.

Door me in te schrijven geef ik joachim behrens scheessel GmbH toestemming om mij regelmatig informatie, aanbiedingen en updates te sturen. Verder ga ik akkoord met de algemene voorwaarden en het privacybeleid. Ik kan mijn toestemming op elk moment intrekken.